In memoriam
1937
Pastoor Wilens †
Ter nagedachtenis
Weer rouwt de parochie Elden.
Na nog geen vijf jaar de parochie te hebben geleid en bestuurd, is Pastoor Hendrik Wilens op slechts 54-jarigen leeftijd tot een beter leven opgeroepen.
Hij is, hoewel al maanden ziek, in het harnas gestorven.
Tot het laatst heeft hij stand gehouden, met een wilskracht, die aan het ongeloofelijke grensde, met een toewijding, die bewondering afdwingt.
Het was al lang te zien, dat de nog jonge pastoor hard verouderde. Wat hem scheelde, wist men niet, maar de veerkrachtige gang werd traag, de rijzige gestalte boog zich hoe langer hoe dieper, de volle vormen van het gelaat vielen in, de kleur beviel niemand.
Totdat het in het begin van het jaar den ingewijden duidelijk werd en medisch onderzoek bevestigde, dat kanker de spijsverteringsorganen had aangetast en de dood onafwendbaar nader kwam.
Al weigerde het lichaam haast alle voedsel, al namen de krachten af, zoodat hij eigenlijk niet meer kon, hij sleepte zich voort, bezocht de zieken, die minder ziek waren, dan hijzelf en was in de kerk op zijn post, nauwelijks meer in staat, zich in de preek verstaanbaar te maken, de vermoeienis van de toediening der Sacramenten te doorstaan.
Terwijl hij Donderdag voor Pinksteren zoover was gekomen, dat hem des avonds de laatste H.H. Sacramenten der Stervenden moesten worden toegediend, bezocht hij toch des middags nog een zieke in het dorp, zelf meer dood dan levend.
En tot den laatsten dag was hij Pastoor van Elden en leefde hij met zijn parochie mee en liet hij in de kerk door zijn Heerbroer zeggen, wat hij haar nog op het hart wilde drukken. Zijn laatste woorden waren nog regeling van zaken der parochie. Zij was hem alles, voor haar heeft hij geleefd, voor haar is hij gestorven.
Hij droomde nog van schildering der kerk, van verdere versiering van het geliefde heiligdom, ook met opoffering van persoonlijk bezit. In de kleine spanne tijds, dat hij te Elden was, wist hij er het godsdienstig leven door zijn onvermoeide toewijding en aandrang, zonder dat ooit een hard woord over zijn lippen kwam, te verinnigen en te verdiepen. Het aantal Communiën, reeds hoog opgevoerd, wist hij te verdubbelen. Telkens zocht hij iets nieuws om de godsvrucht te verlevendigen en zijn eigen welgekozen woorden bedachtzaam en met nadruk gesproken, met de zorg van een vader hebben niet weinig bijgedragen om het zaad, dat hij uitstrooide ook te doen opschieten.
In het hem zoo lief geworden kerkje, waar hij, ook buiten de verplichte uren van kerkelijken dienst menigen tijd doorbracht, ligt nu zijn stoffelijk overschot opgebaard. De albasten vingeren houden nog den kelk omklemd, dien hij zoo dikwijls voor zijn parochianen heeft omhoog geheven, en drukken dien tegen zijn borst ten teeken, hoe lief hem zijn priesterschap was.
Op zijn bidprentje staat, dat hij genoot van den rijkdom van zijn priesterschap. En dat is waar. Hij was zoo oprecht gelukkig in zijn priester zijn, in zijn pastoor zijn van een welgezinde parochie. Hij was vol van zijn pastoraat, sprak er vaak en graag over en droomde er zich nog alle moois van. Maar zijn grootste geluk was wel, dat zijn parochianen aan zijn leiding gevolg gaven. Hij was trotsch op zijn parochie, omdat hij één was met haar, maar zij ook één met hem.
Het is dezer dagen wel schitterend gebleken, hoe de parochianen hun pastoor in dien korten tijd, dat hij hun herder was, hebben liefgekregen. De deelneming, de rouw is er algemeen. Men had hem nog zoo graag gehouden. God heeft hem opgeroepen, God met den tijd daar hebben gezien om aan den trouwen dienaar het verdiende loon te geven, de eeuwige rust des Hemels na het onvermoeide zwoegen hier op aarde.
Niet slechts Elden, al zal het voorop staan, Kuinre, waar hij eerst pastoor was, Sneek, Huissen en Haarle, waar hij als kapelaan of assistent werkzaam was, zullen mede getuigen voor het oordeel Gods, vol dankbaarheid, dat God hun in den ZeerEerw. Heer Wilens een priester gaf, die in de hooge opvatting van zijn priesterlijke taak overal waar hij als priester optrad, de hem toevertrouwden Gode nader bracht.
Nog lang zal de gedachtenis aan pastoor Wilens voortleven. Hij ruste in vrede.
Nijmegen.
Titus Brandsma, O.Carm.
- Published in: De Gelderlander, 26 May 1937, p. 10 [Uit de provincie. Elden] (See also NCI OP30.48). ↑
© Nederlandse Provincie Karmelieten
Published: Titus Brandsma Instituut 2026