Het onkruid in den tuin te Dokkum

Article

1930

 

Het onkruid in den tuin te Dokkum

[1]

In Dokkum is vijf jaar geleden een tuin aangelegd, men noemt het zelfs een park. Ik bedoel het Sint-Bonifaciuspark, aangelegd op de plaats, waar vermoedelijk de Apostel der Friezen uit het Noorden doopte en vormde en waar hij in 755, terwijl hij op het punt stond, weer het Vormsel toe te dienen, door de heidensche Friezen werd vermoord.

Het was noodig, dat er verandering kwam.

Tot dan toe moest men door het grasland waden om aan de Bron hulde te brengen aan een van Nederlands grootste Apostelen. In hetzelfde land liepen de koeien. Hoe goed de Friesche koeien ook zijn, vele komen er liever niet al te dicht bij. Bovendien maakten ze den weg naar de Bron niet zindelijker.

Ruim vijf jaar geleden kwamen daar 40 Friesche Priesters samen, wereld-geestelijken en kloosterlingen. Zij stapten door het gras, door den modder hier en daar, ontweken omzichtig, waarmede de koeien het land plegen te bemesten, totdat zij samengekomen langs het scheefhangend houten hek rondom den poel, die de ‘Bron’ heette, besloten, dat het zoo niet langer kon en mocht.

De Kerk van Nederland in bloei en de plaats gewijd door den dood van een zijner grootste Apostelen in zulk een staat waren twee dingen, die niet klopten.

En zij voelden zich zeker, dat Nederlands Katholieken achter hen zouden staan, als zij daar op gepaste wijze verandering zouden brengen. De gelegenheid was gunstig. Het Gemeentebestuur van Dokkum besloot een weg naar de Bron aan te leggen, een dubbelen weg zelfs, welke de Bron omsloot. Maakte dit eenerzijds de Bron toegankelijk, anderzijds maakte dit daar een openbare godsdienstige hulde onmogelijk, tenzij aan dien weg, onmiddellijk tegenover de Bron, een terrein werd aangekocht en aangelegd, waarop de Katholieken van Nederland vrij hun groote Apostel konden eeren.

Het land is in die streek van Friesland duur. De aanleg van een processie-park brengt niet geringe kosten mee. Maar nu of nooit. Kocht men dien grond niet, dan ging het als bouwterrein in veler handen over.

Het spreekwoord zegt: Frisia non cantat, ratiocinatur, wat zeggen wil, dat Friesland niet zoo aanstonds in laaie geestdrift staat, maar in den regel kalm en nuchter de dingen beredeneert. Zoo ook hier.

En het besluit van de 40 Friesche Priesters was: Pastoor, koopen en aanleggen. Het moet.

Pastoor Arend luisterde. Z.D.H. Mgr. van de Wetering keurde het besluit goed. De koop werd gesloten, met den aanleg werd een sober begin gemaakt. Vele vrienden van Sint Bonifatius hebben toen met een rijksdaalder een vierkanten Meter grond van dit terrein vrij gemaakt en Pastoor Arends over de eerste moeilijkheden heen geholpen. Maar een stuk weiland is niet ineens een afgesloten Processiepark. Een kostbare afrastering was noodig, om zetting van het land, aanleg van paden, planten van boomen, bouw van een altaar, aankoop van een tent ter beschutting der pelgrims, zitplaatsen voor de honderden, die er samenkomen.

Alles is uiterst eenvoudig gehouden, maar dit belet niet dat de Pastoor van Dokkum met zware zorgen door dezen tuin loopt, geen oog heeft voor de bloemtjes, die bloeien, maar in den geest schulden en schulden ziet als onkruid, dat tusschen die bloemen is opgekomen en de bloemetjes er onder houdt.

Pastoor Arends heeft indertijd naar goeden raad geluisterd.

Hij heeft hard gewerkt om dat schuldenkruid uit zijn tuin te houden, maar het is hem te machtig.

Er rust op dit Processie-park nog een schuld van 20.000 gld. Er moeten wieders komen om dat onkruid uit dien tuin te halen. Vooral omdat er feesten, heerlijke feesten voor Dokkum op handen zijn. Kon op die feesten de tuin van Dokkum eens vrij van dat figuurlijk onkruid zijn.

Het eerste feest is het zilveren feest van Pastoor Arends te Dokkum op 15 Augustus a.s. Katholiek Nederland moet waardeeren, hetgeen deze Pastoor daar in het hooge Noorden voor de eer van den Apostel van Nederland heeft gedaan en het zich tot eereschild rekenen, hem daarbij niet in den steek te laten. Laat Katholiek Nederland nu dien tuin eens wieden.

Zouden er nu geen achtduizend vrienden van Sint Bonifatius zijn die een rijksdaalder ‘wiedgeld’ aan Pastoor Arends willen sturen ter gelegenheid van zijn zilveren Priesterfeest, ter voorbereiding van dit feest.

Zij zouden er niet mee moeten wachten. Nog veertien dagen en deze pracht-gelegenheid is weer voorbij. En de Pastoor verdient, dat zij niet verwaarloosd wordt.

Men zendt den rijksdaalder ‘wiedgeld’ het best onmiddellijk aan den Pastoor-Gaardenier, den Zeereerw. Heer A. Arends te Dokkum over diens Postrekening No. 114925. Hij zal zich al verheugen in het vooruitzicht van de helpende ‘wieders’.

Laat hij op zijn feest niet teleurgesteld zijn.

Met andere feesten geeft men een bloempje. Laten we het nu eens andersom doen, door iets te geven om het onkruid te wieden.

Dan zijn er de bloemetjes meteen.

Maar er is nog een tweede feest in Dokkum, waarvoor de bloemetjes moeten buiten staan en wieden van het park noodzakelijk is. 24 en 25 Augustus wordt er het eerste lustrum gevierd van de herleving der oude godsvrucht.

Dan trekt vanuit Leeuwarden de vijfde nationale Bedevaart van Nederlands Katholieken naar Dokkum. Aan het hoofd daarvan gaat Z.D.H. Mgr. Jansen, Aartsbisschop van Utrecht, de bijzondere vereerder van Sint Bonifatius, wien niets liever zou zijn dan dat op dien dag de schulden van het park zouden zijn afgelost, deze stichting haar beslag heeft en men niet meer behoeft te worstelen om haar in stand te houden.

Het zou hem ’n onbeschrijfelijke voldoening zijn, als op 25 Augustus de Pastoor van Dokkum hem de namen van 8000 ‘Wieders’ zou kunnen voorleggen, die er een rijksdaalder voor over hadden, om, na vijf jaar worstelens, dit park voor de vereering van Sint Bonifatius vrij te maken.

Het ligt in de bedoeling, een ‘Wieders’-Album aan te leggen. Moge het spoedig vele namen bevatten.

Nijmegen.

P. Titus Brandsma, O.Carm.

 


  1. Published in several newspapers on 31 July 1930 and the days that followed (The NCI preserves the article published in: Het huisgezin, 2 August 1930  – NCI OP30.44). ↑

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2026