Uit de school geklapt

Book review

1926

 

Uit de school geklapt

[1]

De school, uit welke hier geklapt wordt, is de Roomsche H.B.S. te Helmond.

Ze verklappen geen geheimen, ze klappen gezonde praat.

Ik heb er tenminste met veel pleizier naar geluisterd.

Er schijnt een opgewekt leven te zijn aan de H.B.S. te Helmond.

Dr. Knippenberg mag de harten van de jongens niet stormenderhand veroverd hebben, jongens van een H.B.S. pak je maar zoo niet, zoo geleidelijk heeft zijn invloed zich kenbaar gemaakt en zijn liefde tot de letteren en de schoone kunsten heeft aanstekelijk gewerkt. Er is geestdrift bij een heel groote groep, geestdrift om ook iets te doen, dat niet precies is opgegeven als dagtaak, geestdrift voor het schoone en het goede.

Niets mooier in de jeugd.

Ik ken de H.B.S. te Helmond te weinig om te weten, in welke vormen zich die geestdrift zich zooal openbaart.

Ik veronderstel in vele.

Ab uno disce onmes. Eén feit wijst op vele andere.

Er is een Academie tot stand gekomen, die hare bijeenkomsten en ‘Mededeelingen’ heeft. Van die Mededeelingen verscheen nu een feestnummer. Aan de school verkrijgbaar. Prijs ƒ 1.50. Er is titel voor een feestnummer. Woensdag 14 April is door Mgr. Pompen, Vicaris-Generaal van het Bisdom, plechtig het nieuwe gebouw der school ingezegend, daarna door Zijne Excellentie Minister Waszink ditzelfde gebouw officieel geopend.

Wie, als de leerlingen, het oude gebouw gekend hebben en hoe men er zich heeft moeten behelpen, begrijpen, dat er feest was onder de jongens en dat in de Academie die vreugde weerklank vond. De blijde toon overheerscht.

Maar het doet goed, tusschen de vroolijke klanken woorden van pieuze herinnering te hooren gewijd aan overleden makkers en overleden leeraars.

Ook doet het bijzonder goed aan, tusschen de bijdragen der leerlingen, waaraan ik ernst niet ontzeggen wil, al hebben de meeste die minder, de meer bezadigde, goede, maar toch niet altijd mooier bijdragen te zien van leeraren en oud-leeraren. Dat pleit wel voor een prettige verhouding. Er is ook een toon van vereering en eerbied, maar open en gemoedelijk toch, voor den Directeur. En wat de HoogEerw. Heer Deken als Moderator, de heer van Asten als Secretaris van het Bestuur, de Directeur, leeraren en oud-leeraren schrijven, bevestigt den eersten indruk, dat ernst en degelijkheid voor de jeugd harmonisch getemperd zijn door een soort huiselijke gemoedelijkheid, waarbij de kinderen soms daverend lachen en op tijd ook weten te schertsen en scherts mogen hooren. De humor ontbreekt in dit studentenboekje heelemaal niet, gelukkig. Heel prettig doen ook de schetsjes aan in de dialecten van Helmond en omstreken. ’t Helmonds “wannie” en “haauwdoe” opent de reeks. ’t Stippents (Stiphouts) en Bakelsch volgen. Boxtel en Venray sluiten.

Ook illustraties zijn opgenomen. Omslag is van den teekenleeraar Stroucken, die daar gelukkiger, breeder, flinker was dan in het raam, dat hij voor de traphal der school ontwierp en hoewel keurig en fleurig wel wat minutieus hield. In het boekje: van zijn hand nog een schets uit de oude school, waar hij het proza van de enge behuizing en het voortdurend zich behelpen ook van den poëtischen kant heeft weten te bekijken, een stemming, die ook in meer dan één opstel der leerlingen tot uiting komt.

De schets van ‘’t Oude Teekenlookaal’ is daarvan wel een sterk staaltje. Een mooie proeve van samenwerking van teekenaar en schrijver is ook het schetsje ‘’t Bloedbad op de Vensterbank’ van Frijer, in Geldropschen trant geïllustreerd door den wakkeren Voorzitter der Academie, P. van der Zanden. Navolging is trouwens in meer werk duidelijk te zien. Het is niet altijd het beste. Zoo is de Secretaris Th. Hermens zeker beter in zijn heel mooie niet in navolging geschreven schetsjes van daar, waar hij Multatuli imiteerde. Ik vind het heele boekje mooi, maar dat schetsje had ik er even lief niet in gezien. De rede van den assistent-resident moge meesterlijk zijn, hier klinkt die taal anachronistisch en anatopistisch. Laat die taal maar klinken, waar zij klonk, hier hooren we liever andere klanken. Wij zien God hier niet graag onder het beeld van Allah, evenmin als wij Hem gaarne Jupiter, den Hemel Olympus, Christus een Heros hooren noemen. Dat heette eens renaissance, maar bleek décadence.

Toch frappeerde me de gedachte, waarmee dit opstelletje sluit, en ik neem, tot slot dezer korte bespreking, gaarne den wensch van den schrijver over, dat God in de nieuwe school de leerlingen moge bijstaan, niet slechts bij de repetities, omdat ze nu zoo ver van elkaar zitten, maar in alle werk en examen, niet door scientia infusa, instorting van kennis, maar door Zijn hulp in de scientia acquisita, bij het moeizaam werk ter verkrijging er van.

De geest, die uit dit boekje spreekt, doet daarop vertrouwen.

Een mooi boekje van geest en van vorm!

 

Nijmegen

Dr. Titus Brandsma, O.Carm.

 


  1. Book review of ‘Uit de school geklapt’, a special publication of the ‘Academie van het St. Carolus-Borromeus-College te Helmond’, on the occasion of the solemn inauguration of the new school building on 14 April 1926., Published in: De Nieuwe Eeuw, 22 April 1926 (n. 452), p. 942 [Boekentafel]. See also NCI OP 29.20). ↑

 

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2026