1934
Speech
Toespraak tot de leerlingen van Mater Dei
op Donderdag 11 October, feest van Maternitas B.M.V.
Op helderen avond lust voor het oog het aanschouwen der sterren. Zij verlichten den nacht in heerlijke schoonheid. Talloos. Maar schoon als geheel. Beeld van den Hemel. Aldus genoemd. Wisselend en wentelend om een as, waarin de Poolster staat als een leidend rustpunt.
Beeld van het onderwijs. Nacht en nevel om ons heen. Maar van alle kanten komen de sterren op. Lezen en schrijven, vertalen en spreken van vreemde talen, brengt ons in gemeenschap met duizenden in verleden en heden. Wij luisteren naar menschen van allen tijd en volk. Leeren ook Gods Openbaring kennen. Het wordt licht overal. De Geschiedenis brengt ons in lang vervlogen tijden en doet ons de menschen zien in allerlei omstandigheden van het leven. De aardrijkskunde brengt ons over de wereld, de cosmographie leidt ons door het zonnestelsel en tot ver daarbuiten in het rijk der sterren. Natuur en scheikunde, plant- en dierkunde ontsluieren ons de wondere geheimen der natuur in al haar geledingen. Reken- en meetkunde vergemakkelijken ons de vele ingewikkelde verhoudingen der stoffelijke grootheden meten en verstaan. Sterren zonder tal. Ook hier eenheid in de chaotisch schijnende wisseling. Onder leiding wordt dat alles heengeleid naar een beginsel, waarom alles draait. Wereldbeschouwing. Levensopvatting.
In den sterrenhemel twee sterrebeelden, die ons op markante wijze wijzen op de Poolster: Ursus major et minor. Zij spelen een groote rol in literatuur en legende als naaste leiders op de wereldzee. ln den volksmond in Nederland heeten zij de gouden wagens. Wagen het beeld van leiding. Elias en Eliseus.
Currus Israel et auriga ejus.[2] Wat voor het Joodsche volk Elias en Eliseus waren, zijn voor u de H. Ursula en haar volgelingen de Ursulinen. Haar naam is afgeleid van Ursus, van het Sterrebeeld. Nomen est omen. God had haar voorbeschikt tot leidsvrouwen voor zijn jeugd. Zij wijzen U op het centrum onzer wereldbeschouwing, gelijk eens de Sibylle keizer Augustus wees op de Maagd, die den Verlosser der wereld zou baren. De Poolster beeld van Maria. Lijn en leiding. S. Bernardus: respice Stellam, voca Mariam.[3]
Zij heeft ons den Redder der Wereld gebracht en houdt Hem ons voor in haar beeltenis, U straks uit te reiken. Hem moeten wij [2] bezitten. Vivo ego, jam non ego, vivit vero in me Christus.[4] Maria ons voorbeeld. Hoe werd zij Moeder Gods: Ecce ancilla Domini.[5] Zij stelde zich in dienst van God en werd zijne Moeder. Zoo worden wij door ons ‘serviam’ Christusdragers met Maria. Maria het heilig Tabernakel, de Lantaarn, waar God in brandt. Ook wij, zegt Ruusbroec, moeten lantaarnen zijn.
Wij moeten ons ‘serviam’ Maria naspreken. In liefdevolle onderwerping. Geen slaafsche onderworpenheid, maar welbewust dienaars en dienaressen van den hoogsten God.
Zucht naar onafhankelijkheid in de wereld. Reactie ook in geheel wereldsche kringen, buiten verband van den godsdienst. Rotary. Wat kunnen wij dat veredelen. Christelijke Rotariers aan den wagen, die Maria is. Wij moeten draaien met de sterren rondom onze Poolster, Maria. De Ursulinen wijze[n] U den weg. Richt uw oog en uw hart naar dit beeld. Het geleide U op uwen levensweg.
Zie de dienstmaagd des Heeren: Mij geschiede naar uw woord.
Wat is dat woord. Een woord van uitverkiezing en genade.
Si Tu nobiscum, quis contra nos?[6]
Gelukwensch op dit feest, dat al deze gedachten weder in uw geest oproept en levendig maakt.
Gelukwensch aan de Zusters, die in U hare verheven roeping mogen vervullen. Zij die velen hebben onderwezen in de wegen des Heeren, zullen schitteren als sterren aan het firmament.
- Typescript (NCI OP96.9), 2 pages. Dated 1934. A speech for the students of grammar school Mater Dei (of the Ursuline Sisters) in Nijmegen. ↑
- See: 2 Kings 2:12. ↑
- See: Bernard of Clairvaux, Homilia II super “Missus est”, 17. ↑
- See: Gal 2:20. ↑
- See: Luke 1:38. ↑
- See: Rom 8:31. ↑
© Nederlandse Provincie Karmelieten
Published: Titus Brandsma Instituut 2026