Article
1930
Er zijn nog Zouaven
Ja, zij zijn er nog altijd.
Zij zijn niet zoo heel talrijk meer.
Zij zijn oud, tachtig jaar en ouder.
Maar zij zijn er nog.
En a.s. Zondag zullen zij weder aan de deuren der kerken staan, of, als ze het zelve niet kunnen, zullen er andere mannen staan voor hen, om een aalmoes te vragen.
Verleden jaar schreef ik in ditzelfde blad omstreeks dezen zelfden tijd een artikeltje ‘Over een collecte, die er niet zijn moest’.[2]
Ik mag niet zeggen, dat er geen aandacht aan geschonken is. Dankbaar hebben de Zouaven mij later verteld, dat de collecte veel meer had opgebracht dan andere jaren.
Met hen was ik dankbaar gestemd.
Dankbaar, maar niet voldaan.
Ik schreef, dat de Zouaven eigenlijk hadden verdiend, dat zij op hun ouden dag niet behoefden te bedelen. Zij hebben Nederlands Katholieken schitterend vertegenwoordigd, toen het gold, aan den oproep des Pausen te voldoen en hem te verdedigen tegen de Garribaldisten. Zij hebben de eer van Nederland hooggehouden en hun gedrag heeft den naam van Nederland reeds een goeden klank gegeven in die dagen, die zestig jaar achter ons liggen. Zij hebben zich roem verworven, zoodat wij, die na hen zijn gekomen, soms een gevoel van jaloerschheid in ons voelden, omdat we niet meer konden deelen in hun heldhaftige offervaardigheid.
En nu bedelen.
Ja, de collecte moet er toch weer zijn.
Er zijn nog 85 stok-oude zouaven zonder voldoende middelen van bestaan. In Nijmegen is hun getal nog drie op negen hier nog wonende Zouaven.
Telken jare slinkt het aantal zienderoogen.
Over enkele jaren zullen er geen Oud-Zouaven meer zijn. Mogen die enkelen, die nu nog leven en onbemiddeld zijn, voor die enkele levensjaren, die hun nog resten, ondervinden, dat Katholiek Nederland, dat Katholiek Nijmegen hun vroegere edelmoedigheid en offervaardigheid toch weet te waardeeren en niet wil, dat zij op hun ouden dag gebrek lijden.
Hetgeen hier wordt ingezameld, komt allereerst ten goede aan de Nijmeegsche Zouaven, voor een gedeelte echter komt het ook ten goede aan de vereenigde Oud-Zouaven, voor wie tot heden Pastoor van Leeuwen, te Hillegom de Groot-Aalmoezenier is.
Wanneer morgenvroeg aan de deur der kerk uw aalmoes wordt gevraagd, voor de Zouaven, laat dan uw waardeering van hetgeen zij voor den Paus veil hadden, zelfs hun leven, u nopen, hun als blijk van uw waardeering iets te geven dat hen helpt en u het leven niet kost.
P. Titus Brandsma, O.Carm.
Nijmegen.
- Published in: De Gelderlander, 20 September 1930, p. 6 [Nijmeegsch Nieuws] (See also NCI OP30.45). ↑
- https://www.titusbrandsmateksten.nl/van-een-collecte-die-er-niet-moest-zijn/ ↑
© Nederlandse Provincie Karmelieten
Published: Titus Brandsma Instituut 2026