Oudersavond te Lent

1934

Notes for a speech

MR.

Oudersavond te Lent 29 April 1934

[1]

Wij staan voor de pracht der bloesems, de glorie van deze streek, verlustigen ons in hun aanblik, maar nog veel meer in de blijde en stellige hoop, dat, wat bloesem is eens vrucht zal wezen, bron van zegen en geluk.

Met angstige zorg slaan wij het weer gade, of de bloesem zich zal kunnen zetten tot vrucht en die vrucht zal rijpen.

Een tweevoudig gevaar: de nachtvorst en de storm.

Nachtvorst het beeld van de onverschilligheid

Storm het beeld van de gevaren.

Want die bloesem is de jeugd, die hier opgroeit.

Wij moeten deze bewaren voor lauwheid en onverschilligheid, wij moeten de geestdrift in het jeugdig hart koesteren en steeds hooger doen oplaaien.

Gevaren zijn niet te vermijden, een stoot van den wind kan de jonge vrucht wel verdragen, maar geen storm. Wij moeten de gevaren tot een minimum terugbrengen, niet tot storm doen aanzwellen.

Naast de wering van het gevaar de invloed van het goede.

Regen en zonneschijn.

Het water van Gods genade. God met ons.

De zon der liefde. Het is de zon, die het doet. De liefde bovenal.

Maria, middelares. Meimaand. De maand der bloemen.

 


  1. Typescript (NCI OP96.8), 1 page.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2025