Pater Cyprianus

Article

1936

 

Pater Cyprianus

[1]

Hij wijst de hulde af.

Des te meer is hij die waardig.

Pater Cyprianus is thans veertig jaar priester.

Die veertig jaar heeft hij bijna geheel in Oss doorgebracht.

Hij werd te Rome priester gewijd. Hij was daar voor hoogere theologische studiën en bleef er, totdat hij er schitterend den doctoralen graad in de theologie verworven had. Toen keerde hij naar het vaderland terug, werd aangewezen tot hoogleeraar in de moraal-theologie in het klooster te Oss en bleef dit tot heden. Van 1903 tot 1906 mocht ik er zelf zijn lessen volgen. Ik denk er nog heden met dankbaarheid aan terug.

Maar heeft hij aldus na zijn theologische studiën al zijn priesterjaren in Oss doorgebracht, er is meer dan dat. Sint Hieronymus zeide eens: Het beteekent weinig vele jaren in Jeruzalem te zijn geweest, wat iets beteekent is, vele jaren met vrucht in Jeruzalem te hebben doorgebracht.

Pater Cyprianus heeft al dien tijd niet slechts in Oss geleefd, hij heeft ook geleefd voor Oss.

Onvermoeid was hij, wanneer hij iemand in Oss een dienst kon bewijzen, wanneer hij een gelegenheid vond, iets te doen, dat voor Oss goed zou zijn.

Het zou dwaasheid wezen, hier in bijzonderheden te treden.

Het feit is genoegzaam toegelicht door het bezoek, dat hij in biechtstoel en spreekkamer ontving, van de armsten zoowel als van de rijksten. Men kende in het klooster geen beter adres om raad en hulp te verkrijgen. Ik heb zelf twintig jaar tot het klooster van Oss behoord. Dikwijls gaat er de bel om een pater naar den biechtstoel of naar de spreekkamer te roepen. Elke pater heeft zijn teeken. Geen werd er meer vernomen dan dat van pater Cyprianus. En voor allen stond hij klaar, met raad en daad.

In breeden, zeer breeden kring leeft de dankbare herinnering voort aan hetgeen nu in dezen dan in dien vorm door pater Cyprianus voor honderden personen en gezinnen als priester is gedaan.

En ook het algemeen belang heeft hij er gediend.

[Met] Dank denk ik aan zijn vele onverdroten werk voor ‘Geloof en Wetenschap’, eens zulk een mooie en bloeiende vereeniging in Oss, waaraan de jubilaris zijn bijzondere sympathie geschonken had en voor welker bloei en leven hij is blijven werken, totdat het hooge ambt van Provinciaal der Orde hem dwong, de leiding er van aan andere bekwame handen toe te vertrouwen. Bijna vijf en twintig jaar is hij tevens de gevierde geestelijke leider van het Paterskoor.

Hij heeft gestreden voor kerk en klooster der Orde in Oss, door zijn toewijding en bemiddeling is vooral de kerk een sieraad geworden van de stad, maar hij heeft de stichting van het klooster en de aanwezigheid der paters in Oss steeds gezien dwingend tot werkzaamheid ten bate der bevolking. Het klooster had een roeping te vervullen.

Hij heeft het zijner er toe bijgedragen om het aan die roeping te doen beantwoorden.

Hij zag die roeping niet alleen op zuiver geestelijk gebied, ik weet van nabij, hoe hij als Prior van het klooster en als Provinciaal der Provincie allerlei ander werk heeft bevorderd en gesteund, dat van uit het klooster ten bate der bevolking werd ondernomen. Ik denk hier aan ‘De Stad Oss’, waarvan de Paters met zijn goedkeuring de redactie overnamen, aan de Openbare Leeszaal, die hij mede hielp stichten. Maar bovenal denk ik hier aan het ‘Carmelcollege’, eerst middelbare handelsdagschool om uit te groeien tot een hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus. Hij is nog altijd voorzitter van het schoolbestuur er van. Als Oss zich thans in het bezit van deze bloeiende onderwijsinrichting mag verheugen, dan moet het daarbij dankbaar herdenken, dat met de grootst mogelijke medewerking van de zijde van het bestuur der gemeente en den steun van vele vooraanstaande personen der stad toch nog het onverstoorbaar optimisme en de durf van Pater Cyprianus noodig waren om deze stichting door te zetten en als Provinciaal voor zijn verantwoording te nemen.

En nu spreek ik, alsof hij alleen het oog op Oss te richten had.

Dat moge eenigszins het geval zijn geweest, voordat hij tot het omvattend ambt van Provinciaal werd geroepen, eenmaal op dezen post, had hij tegelijk de belangen van tal van andere plaatsen te behartigen. Zij verdeelden zijn liefde voor Oss niet, noch verminderden zijn zorgen en toewijding voor de stad zijner inwoning.

In het jaar, dat de Hoogere Burgerschool te Oss als zoodanig werd begonnen, werd te Oldenzaal een katholiek Lyceum voor Twente geopend, werd te Merkelbeek een algemeen Studiehuis voor de provincie voor philosophie en theologie begonnen, werd een Missiegebied in Oost-Java en Madoera voor de Provincie aanvaard, werd te Mainz de restauratie ingezet van de oude Carmelietenkerk, waarvan hij de bediening voor de Nederlandsche Provincie der Orde aanvaardde, verleende hij zijn medewerking bij de stichting van de Katholieke Universiteit door mij af te staan voor de bezetting van een hoogleeraarszetel.

Bij zooveel ondernemingen tegelijk zou de stichting van de Hoogere Burgerschool te Oss, vooral toen bleek, dat het rijk daarvoor, zeker voorloopig, geen subsidie verleende, op den achtergrond kunnen zijn geschoven, tot een rustiger tijd kunnen zijn uitgesteld, er werd niet aan gedacht. Zijn geestdrift en eigen werklust wist ons aller werkzaamheid zoo hoog op te voeren, dat alles tot zijn recht kwam.

Mogen de paters zelve op het bestuur van pater Cyprianus met groote voldoening en dankbaarheid terugzien, hebben zij ook getoond, dit te erkennen door hem met slechts bij heel hooge uitzondering verleende dispensatie tot driemaal toe tot Provinciaal te kiezen, de stad Oss mag met niet minder erkentelijkheid gedenken, dat pater Cyprianus bij al zijn beslommeringen steeds zijn oog voor de nooden van Oss heeft geopend gehouden.

De veertig priesterjaren hebben zijn haren wit doen worden.

Maar zij hebben zijn geestdrift niet gedoofd.

De vroegste H. Mis in de Paterskerk, nog dagelijks wordt zij door pater Cyprianus opgedragen.

Op welk uur de biechtbel gaat, pater Cyprianus laat zich niet wachten.

Zijn klankvolle stem, zijn welsprekend woord, zijn klemmend en dringend betoog boeit nog altijd wie de Paterskerk bezoekt.

Is hij daarin nog steeds de voorbeeldige priester, hij vergeve mij, dat ik hieraan uit persoonlijke herinnering toevoeg, dat hij ook nog altijd op zoo bevoorrechte wijze deel heeft aan de opleiding der jonge priesters der Orde.

Ik geloof, dat hij zich daarin vooral priester voelt, dat hij door God geroepen is om aan degenen, die het heiligdom intreden, de heerlijkheid, de heiligheid, de verantwoordelijkheid van het priesterambt in te prenten, hun eerste schreden te richten bij de uitoefening van deze verheven taak.

Het is een gewoon verschijnsel, dat men de opleiding, die men ontving, meer waardeert, naarmate men er meer en meer de vruchten van plukt. Geen student kent de dankbaarheid van den afgestudeerde.

Zoo klimt met de jaren mijn erkentelijkheid voor de opleiding tot priester, die ik eens onder leiding van pater Cyprianus mocht ontvangen en durf ik spreken uit naam van de velen, die met mij de opleiding van hem ontvingen, acht ik er mij zelfs meer toe bevoegd dan degenen, die haar thans nog genieten.

Dan wijkt de blijde scherts, waarvan hij als een jongere vol is, voor diepen en vaderlijken ernst, dan verstrakt het altijd zoo blije lachende gelaat, dan vindt hij lang niet alles goed, een stemming, waartoe hij zoo geneigd is, dan is zijn vermaan dringend en vol zorgen, zijn waarschuwing verziende, zijn voorlichting gebiedend.

Maar daartusschen door een roerende toespraak, met een traan in het oog, over het heilige en heerlijke van het priesterschap. Ik herinner me nog levendig zijn woorden, telken jare den jonge priesters toegesproken, op den dag hunner wijding, op den dag der eerste H. Mis in ons midden, de inleiding tot de retraites voor de wijdingen, en bij menige gelegenheid in de lessen der Moraal-Theologie, de oefeningen in het preeken, het leeren opdragen van de H. Mis, het leeren toedienen van de H.H. Sacramenten.

Hoe heeft hij ons ingeprent, wat priester zijn is.

Wat was hij er zelf vol van.

En wat was dàt vooral de kracht van zijn woord en zijn les.

Als sterren zullen schitteren, die velen hebben geleid op den weg der gerechtigheid.

Dit moge hier worden toegepast.

En waar dit in het bijzonder geldt van de glorie in den Hemel, daar moge ik sluiten met den wensch, die een bede is tot God door de handen van Maria, dat pater Cyprianus in de hulde, hem heden uit dankbaarheid gebracht, een aanwijzing zie, dat God hem lief heeft en Hij, die machtig is, groote dingen aan hem deed, en in hem bevestige wat Hij in hem heeft uitgewerkt.

Dit woord is intusschen meer dan een persoonlijk woord.

Het Comité tot voorbereiding van het priesterfeest van pater Cyprianus heeft mij gevraagd, het eere-voorzitterschap van dit Comité te aanvaarden. Ik heb het een voorrecht geacht.

Zou ik anders wellicht geaarzeld hebben, de loftrompet over een medebroeder, al staat hij ook zoo hoog, te steken, gaarne ben ik de tolk van het Comité, dat zich weer de tolk weet van de vele vrienden en vereerders van pater Cyprianus.

Zoo is mijn persoonlijk woord een algemeen bedoelde hulde.

Ik weet mij van zoovelen tolk, dat ik niet zwijgen mocht.

Nijmegen.

Titus Brandsma, O.Carm.

 


  1. Published in: De Stad Oss, 23 December 1936, p. 5 (See also NCI OP30.43) on the jubilee 40-year priesthood of Fr. Cyprianus Verbeek O.Carm. ↑

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2026