Indien er een instelling is [Luctor et emergo]

1932

Festive speech

 

[1]

[“]Indien er een instelling is, die recht heeft op de toegewijde belangstelling van alle sociaal voelenden, dan is het zeker het R.K. Nationaal Tehuis ‘Luctor et emergo’ aan de Muchterstraat te Nijmegen, dat 15 Augustus zijn 10-jarig bestaan hoopt te herdenken.[”]

Deze woorden van den Burgemeester van Nijmegen in het Gedenkboek, heden uitgegeven, maak ik gaarne tot de mijnen. Dat recht erken ik ten volle en gaarne neem ik het woord om deze mooie Stichting alle recht te doen wedervaren.

Liever was het mij geweest, indien hier een man als Collega Prof. Duynstee heden het woord tot U had kunnen richten. Met meer gezag had hij kunnen spreken. Hij is nader vertrouwd met de nooden, welke hier worden gelenigd, hij heeft de zegenrijke uitwerking van hetgeen hier wordt gedaan, meer van nabij mogen zien, hij kan ze beter beoordeelen. Jammer genoeg is hij op het laatste oogenblik verhinderd, doordat hij gisteren van hier werd weggeroepen naar het ziekbed zijner moeder, wier dood elk oogenblik kon worden verwacht.

Hoe gaarne hij hier heden het woord had gevoerd om uiting te geven van zijn hooge waardeering en de verdiensten van de Stichting te schetsen, kinderplicht riep hem weg en is het mij eenerzijds aangenaam hem een dienst te bewijzen, door zijn taak hier over te nemen, anderzijds nam ik ook gaarne de uitnoodiging aan, hem te vervangen, omdat niet minder groote waardering van het werk dezer stichting mij vervult.

Alleen ontbrak mij de tijd, voor heden een feestrede neer te schrijven wel overwogen en doordacht, gelijk het feest van dezen dag eigenlijk had mogen eischen, en men zal het billijken, dat ik nu slechts enkele losse gedachten kan geven, welke zich het eerst aan mij opdrongen.

Een kind van veel zorgen wordt bijzonder bemind.

Luctor et emergo, thans tien jaar oud, is een kind van zorgen geweest. Met veler steun en samenwerking is het in stand gehouden. En het spreekt vanzelf, dat naarmate de zorgen grooter waren, er thans meer reden is tot feest en vreugde, dat de liefde en de sympathie vandaag spontaner tot uiting komen.

Gaarne maak ik mij den tolk van al diegenen, die er voor werkten en al die jaren, dat de Stichting bestaat, om heden uiting te geven aan die vreugde en aan ons aller blijdschap, dat dit feest onder zoo heerlijke omstandigheden mag worden gevierd. [2]

Wat is eigenlijk ”Luctor et emergo”

Mr. Roeffen noemt het in zijn mooie artikelen, vol geestdrift en waardeering in Tijd, Maasbode en Gelderlander een kern van reclasseering.

Men moet dit goed verstaan.

Er zijn er in de maatschappij, die door samenwerking van allerlei factoren hun plaats in de maatschappij verloren hebben, uit eigen kracht niet gemakkelijk meer die plaats, een plaats terug verwerven.

De maatschappij is er om den een den ander te doen helper.

Al te veel streeft men er naar, zich van elkander onafhankelijk te maken.

Maar toch heeft de een meer hulp noodig dan de ander.

En naarmate iemand meer hulp behoeft om een plaats in het maatschappelijk leven te verwerven, in die mate moeten wij naar het voorbeeld van Christus meer tot hulp geneigd zijn.

Wat Gij den minste der mijnen hebt gedaan…

Treffend woord van den Bisschop heden morgen.

Dat wij allen een zijn. Hij zich een noemde met hen, die geen plaats in de maatschappij innemen.

Zij hebben een plaats in zijn vaderlijk hart.

Pater Scholbrock vroeg die plaats voor hen.

Hij wist, dat die plaats hun was verzekerd.

Het was een uiting van kinderlijk vertrouwen.

Maar er is meer.

Mr. Roeffen heeft in zijn artikelen terecht gewezen op het preventief karakter dezer instelling.

Men maakt zich van deze instelling een geheel verkeerde voorstelling als men zoude meenen, dat hier een plaats vinden, die door verkeerd gedrag geen plaats in de maatschappij verdienen.

Het tegendeel is waar.

Wie hier is, verdient juist wel een plaats.

En Luctor et emergo beijvert zich, hun die plaats te geven.

Het moge waar zijn, zij zelve, wien het betreft, zullen het erkennen, dat er hier aanwezig zijn, die eens daden stelden welke hen plaatsten buiten of tegenover de maatschappij. Maar laten wij voorzichtig zijn.

Wij herinneren ons het woord des Heeren:

Wie zonder zonde is, werpe den eersten steen.

En zalig degene die zich bekeert.

Hoevelen heeft Onze Lieve Heer er niet in genade aangenomen niet alleen, maar met gunsten overladen, hoog verheven. [3]

Wie eens gevallen is, wordt geacht, eerder te hervallen, dan iemand, die nooit viel, den eersten val te doen.

Maar hoevelen zijn er, die na een val de zwaarte ervan beseffen en alles willen doen, om een tweeden val te vermijden.

In hun zwakte vragen zij hier hulp en steun om dien tweeden val te vermijden. Met die hulp zijn zij vaak beter gewapend in den strijd des levens, geven zij beter waarborgen voor een goed gedrag, dan velen, die door gelukkige levensomstandigheden van vallen werden gevrijwaard, omdat zij verre bleven van den strijd.

Als over hen een gelijke strijd zou komen, hoevelen zouden dieper vallen en moeilijker opstaan.

Niet voor niets klonkt ons het woord des Heeren in de ooren: Wie staat, zie toe, dat hij niet valle.

Maar er is hier meer dan reclasseering.

Velen zoeken en vinden hier hun toevlucht, niet omdat zij ondergingen, maar omdat de levensomstandigheden dreigen hen te doen ondergaan.

Vanmorgen is hier gesproken door den heer de Werd, door een die zelf eens in deze Stichting was, van slachtoffers van de crisis, van een ongunstigen samenloop van omstandigheden.

Indien zij hier niet werden opgenomen, ja, dan zouden zij het grootste gevaar loopen, tot de groote, steeds grooter wordende massa der vertwijfelden te behooren en in hun vertwijfeling tot de meest verkeerde daden te komen.

Zij worden hier opgevangen en behoed voor te groote gevaren.

Het is beter, het kwaad te voorkomen dan het te genezen.

Er is hier dan ook meer dan reclasseering.

Het werk der liefde strekt zich verder uit, veel verder.

Dat neemt niet weg, dat het in de reclasseering een voorname, een unieke plaats inneemt.

Ik zou haast willen zeggen, dat daarin het reclasseeringswerk een prachtige kern vindt, gelijk Mr. Roeffen het uitdrukt. [4]

Het Katholiek Karakter der instelling.

Formeel element. Den geheelen mensch vat zij in haar zorgen. Niet slechts om hem van den rechter verre te houden, niet langer in strijd te doen leven met de wetten des lands, maar om hem als mensch naar ziel en lichaam te helpen en tot een ander mensch te maken.

Charitas Christi urget nos.[2]

Wij zien in onzen zwakken evenmensch een broeder, tot hooger en edeler leven geroepen, door God bemind en tot de glorie des Hemels voorbestemd.

Lichamelijk en geestelijk hem omhoog heffen en helpen, is het ideaal, het doel dezer instelling.

Alle waardeering voor veler pogingen om de zwakken in de maatschappij te helpen.

Eerbied voor hetgeen hier voor 20-jaar is begonnen.

Maar als het moeilijk is, met de sterke Katholieke overtuiging en idealen dit werk zijn doeI te doen bereiken, hoeveel te meer dan, waar die sterke prikkel wordt gemist, de steun van den Katholieken godsdienst wordt ontbeerd.

Is het niet jammer, dat, waar wij weten, hoe zegenrijker de hulp zou zijn, indien die op Katholieken grondslag kon worden verleend, zoovelen wekelijks moeten worden afgewezen, omdat er geen plaats meer is en zij hun toevlucht moeten zoeken in het Leger des Heils of andere neutrale instellingen. [5]

Het Nationaal Karakter dezer instelling.

Mannen van alle zijden van het land, van allen rang en stand worden hier opgenomen.

Geen instelling van Nijmegen.

En daarom zoo verheugend, dat niet alleen de Bisschop van het Diocees, maar ook de Aartsbisschop hier heeft willen komen om dit algemeen karakter dezer instelling duidelijk te doen uitkomen en aller sympathie voor dit nationale werk van liefde en barmhartigheid te vragen.

De heer Schroder heeft het juist gezegd, niet alleen uiting van hun waardering en sympathie, maar teven een daad van voorbeeld en opwekking, is in deze komst der Bisschoppen te zien.

En woord van dank.

Moge hun hoog en illuster voorbeeld navolging en gehoor vinden. [6]

Eenige instelling in den lande van Katholieke zijde.

De tien jaren van bestaan en groei hebben er de noodzakelijkheid van doen zien.

Het mag niet verdwijnen, het moet groeien en bloeien. [7]

Heden hier een retraite gesloten.

Met dankbaarheid getuig ik, dat Gij naar mij geluisterd hebt en met een zekere geestdrift hebt beantwoord aan de roepstem des Heeren, wiens tolk ik heb mogen zijn.

Hier zijn dezer dagen weer eens, wat voor ons menschen zoo noodig is, de eeuwige waarheden uiteengezet en overwogen en ik ben er zeker van, dat velen, zoo niet allen blij zijn geweest, dit eens rustig te hebben kunnen doen, omdat zij er kracht in gevonden hebben voor den verderen levensstrijd.

Algemeene H. Communie. Door den Bisschop zelven hun gereikt.

Inwijding van de kapel Dominus prope est.[3]

Onderpand van Gods hulp en bescherming. [8]

Heden feest van Maria’s ten-Hemelopneming.

Onze blik naar den Hemel, naar onze Moeder.

Aan hare hand tot Jezus.

Er is weer een straal licht in de duisternis gekomen.

Er leeft weer hoop in harten, waaruit de droeve levensomstandigheden bijna alle hoop hadden verdreven.

Wij allen zijn Maria’s kinderen.

Wij, die buiten dit huis staan, zijn het met hen, die daarin hun toevlucht vonden.

Maar ook Gij allen, die hier zijt, weet U kinderen van deze Hemelsche Moeder. Een kind van Maria gaat niet verloren. Een heerlijke toekomst is U weggelegd.

En omdat wij weten, dat Maria onze Moeder, met Jezus haren Zoon U een heerlijke toekomst wegleggen, ja, beloven, zouden wij dan achter blijven.

Een met Jezus, een met Maria zullen wij ons best doen, U te bieden, wat wij kunnen en met U velen, die thans nog moe en worden teruggewezen. [9]

Minister Donner:

Zij kon, in samenwerking ook met de Overheid, veel goeds doen.

Hij spreekt echter van een moeilijk werk, van een werk, dat nog niet ten volle heeft kunnen bereiken, wat als ideaal er van Stichters en instandhouders voor oogen staat.

Dit is juist en legt allen, die met hem erkennen, hoeveel goeds de stichting deed, den plicht op, ze te steunen en in staat te stellen, steeds meer dat ideaal nabij te komen.

 


  1. Typescript (NCI OP96.4), 10 pages. Notes for the festive speech for the second lustrum of ‘Luctor et Emergo’: 15 August 1932. See: De Gelderlander 16 August 1932.
  2. See: 2 Kor 5:14.
  3. See: Phil 4:5.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2026